vrijdag 3 maart 2017

Fundraising

Fundraising Cluster of Headmasters of Gunjur
Vandaag, 27 februari 2017, staat er een geldinzameling op het programma. Één van de grote Gambiaanse sterren, Jaliba met zijn instrument de kora, komt optreden.
13 scholen zijn betrokken bij de geldinzameling, er wordt veel van verwacht. Waarvoor de fondsen zullen gebruikt worden die verkregen worden? Op een vergadering die ik mocht bijwonen werd er gezegd dat de fondsen zullen gebruikt worden om de directeurs en hun organisatie te ondersteunen. De school heeft een tekort aan materialen, hopelijk zullen ze een deel van de verworven fondsen ook hiervoor gebruiken.
Vandaag, 2 maart 2017, mocht ik terug een vergadering bijwonen van het cluster. Dit keer waren de cluster monitoren aan de beurt. Deze monitoren zouden moeten toezien op de financiën van de school en zouden de kwaliteit van de school moeten bewaken en garanderen. Er is echter geen uniformiteit betreffende deze monitoren en ze maken er blijkbaar maar een potje van. Het organiseren van het cluster van de scholen in Gunjur zou inhouden dat er uniformiteit komt in de organisatie van de scholen, net zoals bij ons het GO! of het OVSG hun onderwijs organiseren, zou het cluster ook hun onderwijs organiseren. Het is een goede start denk ik. Ik heb proberen te achterhalen of er eindtermen of leerplandoelstellingen gebruikt worden, maar telkens als ik ernaar vraag krijg ik een vage uitleg. Ze bestaan, alleen zijn ze niet aanwezig op de school. Hoe kunnen de leerkrachten dan in godsnaam hun jaar plannen?



De leerkrachten raken echt gefrustreerd, en ik kan begrijpen waarom. Een leerkracht in Gambia verdient met moeite 30 euro per maand, terwijl een buschauffeur, die rondrijdt met een klein busje, gemakkelijk 1.200 euro per maand verdient. Als ze bezocht worden door de één van de directeurs van één van de 13 scholen krijgen ze als commentaar dat ze niet genoeg materiaal gebruiken in de klas. Je kan van een leerkracht die maar 30 euro per maand verdient en met moeite kan voorzien in het minimum aan levensmiddelen verwachten dat hij/zij voor het materiaal moet zorgen.
De directeurs zijn overeengekomen dat ze regelmatig de 13 scholen beurtelings bezoeken om de leerkrachten te monitoren en hen advies te geven. Deze hoofden van de scholen komen aan in de school, mogen lekker hun buikje rond eten en komen met moeite 5 minuten van de les bekijken en geven dan commentaar die eigenlijk aan ‘hun’ gebrek van organisatie te wijten is. De leerkrachten kijken tijdens de pauze smalend in de richting van het lokaal waar de hoofden van de scholen vertoeven, ik kan ze geen ongelijk geven.
Een school krijgt per kind 100 Dalasi subsidie per jaar. Gunjur Lower Basic School heeft 1700 leerlingen, wat wil zeggen dat ze 170.000 euro subsidies krijgen. Wat daarmee gebeurt weet niemand. Er worden alleszins geen materialen aangekocht met deze fondsen, integendeel.
Dus nu deze fundraising. De leerlingen hebben tijdens de dag een omheining gezet, zodanig dat iedereen die binnekomt betaald. De leerlingen zelf betalen 20 Dalasie, wat veel geld is voor een leerling. De volwassenen dienen 50 Dalasi te betalen, nog meer geld. De leerlingen graven putten met grote machetes. Ik glimlach bij het idee dat moest één van ons leerlingen met een machete naar school komen er heel anders zou gereageerd worden, hier lijkt het doodnormaal. Iedereen is opgewonden, ook de klas waar ik les krijg is niet stil te krijgen. De verwachtingen zijn hoog.


De avond valt. Iedereen heeft zijn mooiste kleren aan. De bekende Jaliba komt optreden. Dus iedereen is voor eventjes gelukkig. Waar de gedoneerde gelden heen zullen gaan, geen idee.

Fatou's 23rd Birthday!

Fatou’s verjaardag
Al de hele week zeurt Fatou me rond de oren dat het zondag haar verjaardag is. Ze is opgewonden, ze verwacht vrienden en familie en ze wil ze verwennen.
Ze is van plan om allerlei lekkernijen voor te bereiden. Donderdag start ze al met het maken van baobabsap. Het sap wordt gemaakt met het gedroogde vruchtvlees van de baobabvrucht die wordt geweekt in water. Erbij gaan een paar bananen, appels, geraspte kokosnoot, essence van bananen, een zakje met een soort poeder om sinaasappelsap te maken en grote korrelige couscous, ook gecondenseerde melk, die mierzoet is, wordt toegevoegd. Als het klaar is lijkt het meer op een soort fruitpap dan op sap, maar het is wel lekker.
Verder maakt ze wonjo sap. Wonjo sap wordt getrokken uit gedroogde bloemen en knoppen van de rode hibiscus. Het sap heeft van zichzelf een wat zurige afdronk, maar wordt op smaak gebracht met gedroogde munt en suiker. Gekoeld is het superlekker!
Vrijdag worden de voorbereidingen verdergezet. Ze maakt ‘èbè’ een soort pap van caçave, gedroogde vis, heel veel pepers, en ik weet niet wat er nog meer in gaat. Het resultaat is een soort papje die naar pikante aardappelpuree smaakt en gedroogde vis.
Zaterdag is de dag van de uitstap, dan wordt er niets gedaan, we zijn heel de dag weg.
Zondag is het haar verjaardag. De dag verloopt normaal, tot ’s avonds. Het feestje zal gehouden worden in de compound waar de moestuin is. Er staat een ‘round house’ die mooi onderhouden wordt door de familie. Het huisje en de grond is eigendom van iemand in het Verenigd Koninkrijk, maar de familie mag het gebruiken als ze er niet zijn. Er wordt heel goed voor gezorgd.
De jongere kinderen zagen ons de oren van het lijf omdat ze niet meemogen. Ik vertel hen dat het Fatou’s verjaardag is en dat zij beslist wie er op haar feestje komt. Ze wordt 23 vandaag en heeft geen zin in het gezelschap van een paar jengelde kinderen.
We vertrekken met het busje richting ‘round house’. Er is geen elektriciteit. Die is weer eens uitgevallen. We komen aan en het is pikkedonker. Een docent had me gezegd om een lamp mee te nemen omdat je in het donker tegen mensen zou kunnen aanlopen, ik vond het grappig toen ze dat zei, maar nu merk ik dat het effectief nodig is. Je kan niemand herkennen, hun donkere gezichten versmelten met het donkere van de nacht en ik weet niet meer wie wie is.
Gelukkig zijn er een paar smartphones mee, ja ook hier heeft de technologie zijn intrede gedaan en hebben we een paar flashlights ter beschikking.
Fatou vraagt me om foto’s te trekken, er wordt baobabsap en wonjo sap gedronken en er wordt èbè gegeten.
Het is een gezellig samenzijn met vrienden.








 
Één grappige anekdote: de stoere mannen op de foto sprongen ongeveer één meter hoog toen er een pad vanuit de tuin kwam binnengekropen. De rustigste en jongste van de broers hield het hoofd echter koel en nam met een vuilblik het beestje van de grond en zette het terug buiten.
Echte dierenvrienden zijn het niet de Gambianen!
De taart die verwacht werd is niet geleverd.
De volgende dag wordt de taart verwacht. Fatou krijgt niet één feestje, maar twee. De kinderen zijn blij, want nu kunnen ze toch meegenieten van het verjaardagsfeest.
Fatou roept me erbij want ze wil terug foto’s. Een raar ritueel speelt zich voor me af, de taart wordt mooi gepresenteerd op de tafel en één voor één voedert Fatou één van haar broers een stukje van de taart waarna elk van de broers haar ook een stukje taart voederen. Een gebruik die zich in België afspeelt tussen bruid en bruidegom wordt hier op een heel rare manier uitgevoerd tussen familie en vrienden. Wel grappig!


Fatou is heel blij met haar twee feestjes!

Uitstap met mijn gastgezin!

Uitstap met de familie
Na twee weken het gezin te leren kennen, het dorp en de school is het tijd om de vleugels uit te slaan.
Ousman, één van de zonen van Manlafi, rijdt rond met een busje. Ik heb gevraagd of ik een paar weekends het busje kan reserveren op zaterdag om Gambia te verkennen. We kregen de goedkeuring van Manlafi. We starten met het plannen van onze eerste trip.
Er wordt aan mij gevraagd of de kinderen mee mogen. Ik kan niet weigeren. Op zaterdagochtend wordt alles in gereedheid gebracht. Gekoeld water, sinaasappelen, alles wordt in het busje geladen.
Al de kinderen trekken hun mooiste kleren aan. Het busje is goed gevuld: Ibrahim, Mbacar, Suleij, Secu, Jusufa, Majnimadindi, Fatou, Abdulkarim, Abou, Abubacar, Sidoe, Demba, Ousman en onderweg pikken we nog de broer van Demba op, hij is een gids voor toeristen en zal ons de weg wijzen. Het busje zit vol! Alle kinderen van het gezin zijn mee buiten Iboe (die bouwt zijn eigen huis en heeft geen tijd).
De jongste kinderen zijn nog nooit buiten het dorp Gunjur geweest. Het is dan ook verdacht stil in het busje. Als ik achterom kijk zitten ze met open mond naar buiten te staren. Zeker als we in de buurt van de hotels komen en de toeristische regio van Gambia. De huizen zijn hier veel groter en er rijden ook veel meer wagens rond.
De weg vanuit Gunjur is nogal saai. Het enigste wat je ziet is overal dezelfde vegetatie. Veel mangobomen, af en toe een moestuin die de vrouwen verzorgen en droog gras. Onderweg wordt het ineens drukker. We stoppen bij één van de drukste vissershavens. Het krioelt er van het volk en wonder boven wonder komt de geur van vis ons tegemoet. We stoppen, de grote jongens hebben honger en gaan een broodje halen. Overal langs de straat kan je eten of bevroren drankjes kopen. We gaan terug op we, de huizen worden groter, we passeren een paar resorts. Het wordt drukker.

Onze eerste stop, de krokodillenvijver van Kachikally. Vrouwen die onvruchtbaar zijn komen hierheen om zich met het water waar de krokodillen in baden te wassen in de hoop zwanger te geraken. Als ik vraag of het werk wordt hier confirmerend op geantwoord. Ik heb er mijn bedenkingen bij.
We lopen door een klein museum waar de gewoontes van de verschillende stammen in Gambia worden tentoongesteld. Ook de deelname van de Gambianen aan WOII wordt er uitgebreid tentoongesteld. Er blijken ook hier oorlogshelden te zijn van WOII. Het dorp waar ik verblijf, Gunjur, was vroeger een trainingskamp voor de militairen.





Na de krokodillenvijver gaan we richting Serekunda. Er is een grote overdekte markt. Het is er te druk om de jongste kinderen mee te nemen, zij blijven in het busje wachten. We komen voorbij de toeristische stalletjes. De verkopers worden boos omdat ik niets koop. Ik leg uit dat ik eerst kijk en daarna wil terugkomen om iets te kopen, maar ze begrijpen het niet. We vervolgen onze weg door de markt. De steegjes zijn smal en vol met mensen. Overal wordt ik aangesproken. Na een kwartier heb ik genoeg gezien. We gaan terug naar het busje, het is snikheet en de kinderen liggen te puffen, tijd om andere oorden te bezoeken.
De volgende stop is het Monkey Park in Bijilo. Iemand van de familie ‘Auntie’ zit aan de ingang, ik krijg een vriendenprijsje. Ik bedank haar uitvoerig. We wandelen door het park. Er is gigantisch veel stof!
Veel van de bomen lijken uitgegraven. Blijkbaar zijn er op bevel van de ex-president Yahya Jammeh bomen weggehaald om één van zijn riante villa’s een mooiere tuin te geven.
Wat verderop, nadat we door het stof geploeterd hebben, zien we één aap. Aangezien we pindanoten meehebben komen er al gauw nog een paar.
Het is grappig om de kinderen te zien. Ik dacht dat ze het gewoon waren om apen te zien, maar blijkbaar is dit voor hen, alsook voor de grotere kinderen één van de eerste keren dat ze apen zien.
We lopen nog een eindje door. In de toppen van de bomen zit een andere soort aap. Red Monkeys, deze zijn schuchter en komen niet in contact met de bezoekers. Ze blijven hoog in hun boom zitten.

























Het is zover. Ik heb twee keer de slappe lach gekregen. De eerste keer was als de kinderen de apen aan het voederen waren. Net als kinderen kregen de apen het met elkaar aan de stok over wie er het meeste nootjes kreeg. Één van de oudere broers nam de benen en ging een beetje verder staan kijken of ze zijn kant niet op kwamen.
Het volgende gevecht vond plaats hoog in de bomen. De rode apen kregen ruzie. Ik keek eerst naar de apen hoog in de bomen. Toen ik me omdraaide en naar één van de grootste jonge mannen, Demba, keek, zat die verscholen achter zijn veel kleinere broer Ousman. Een hilarisch zicht, vooral omdat die apen niet op de grond komen, maar hoog in de bomen blijven.
We keerden al lachend terug naar het busje.





Het Monkey Park is gelegen aan een strand met een toeristische bar.
We besloten om te gaan rusten en een drankje te drinken op het strand. De kinderen gingen gaan plonsen in het water.




Moe, maar tevreden keren we terug naar de compound.

Wat met de kinderen die meer hulp nodig hebben?

Wat met de kinderen die meer hulp nodig hebben?
 Maak kennis met Amadou. Hij zit voor de derde keer in het eerste leerjaar. Ik schat hem een jaar of 11, zeker weet ik het niet. Hij zit heel stil in de klas. Als er iets klassikaal moet gezegd worden, doet hij alles mee, net zoals de andere kinderen. Heb dat al meermaals mogen beschouwen in de klas dat als er gezongen wordt de klanken nagebootst worden, het is niet altijd correct wat er uit komt. Kopiëren kunnen ze allemaal. De leerkracht zegt voor en de leerlingen apen na.
De leerlingen moeten iets schrijven in hun boek. Ik merk dat Amadou er een potje van maakt en probeer hem te helpen. Ik toon hoe hij een S moet vormen en ik zeg ook het versje erbij (around and back). Ik geef hem zijn potlood en het enigste wat hij doet op papier is een lijn trekken van boven naar beneden en van beneden naar boven. Ik probeer het opnieuw, maar telkens doet hij hetzelfde.
Ik spreek de leerkracht aan. Haar uitleg: Hij is ziek geworden als baby en sindsdien kan je er niets mee aanvangen. Hij zit hier al drie jaar, maar gaat niet vooruit. Ik vraag of hij ooit getest geweest is. Blijkbaar stel ik een rare vraag, want ze kijkt mij onbegrijpelijk aan. Ik leg haar uit dat als wij iets vreemd merken aan een leerling dit opgevolgd wordt en het kind indien nodig getest wordt. Maar zoiets gebeurd hier in Gambia dus niet.
Ik geef nu in een andere klas les, maar als Amadou mij ziet krijg ik steeds een mooie glimlach en ik krijg een krop in mijn keel. Soms komt hij naar mij om een hand te geven.
Deze jongen zit in de klas naast deze van Amadou. Down syndroom kennen ze hier niet, ik weet niet of ze het zelfs een naam geven hier. Ik vroeg het gisteren aan de dochter hier in huis, maar ze hebben er hier geen naam voor.
Ik heb het gevoel dat deze jongen zich goed voelt in de klas en dat het kopiëren van de andere kinderen en de leerkracht hem ten goede komt.
Hij wordt ook niet raar bekeken of anders behandeld, wat me een goed gevoel geeft. Voor hem is het positief om in het gewone onderwijs les te volgen, denk ik.
Bamensie woont met haar gezin hier op de compound. Ze gaat niet naar school.
Het eerste wat ik over haar te horen kreeg was dat ze raar doet. Ze is een beetje gek, werd me verteld.
Blijkt dat Bamensie ziek geworden is en daardoor haar gehoor verloren is, ze is gewoon hardhorend of zelfs doof. Voor de rest is ze volgens mij perfect normaal. Ze maakt veel gebaren met haar handen en spreekt zelfs een paar woorden Engels. Hoe ze die heeft geleerd weet ik niet, maar volgens mij hoort ze nog een klein beetje en is ze voor de rest perfect bij haar verstand. Ook zij werd niet getest. Hoe erg haar doofheid is weet ik niet.
Ze woont hier met haar gezin op de compound. Ik denk dat mijn gastheer hen hier laat verblijven omdat ze familie is en het hier de gewoonte is om voor elkaar te zorgen. Veel contact is er niet. Mijn gastgezin zegt dat ze de kinderen veel aan hun lot overlaat. Alleen de oudste dochter gaat naar school. De jongste kinderen komen ’s ochtends de kinderen van het gezin van Manlafi vergezellen tijdens het ontbijt in de hoop dat ze ook een hapje krijgen. De moeder is dan al vertrokken naar haar moestuin om groenten te halen om te verkopen. De kinderen laat ze aan hun lot over, alleen de jongste, die nog een baby is, neemt ze mee.
De kinderen doen alsof Bamensie een gekkin is die hier op de compound rondloopt. Ik heb hen uitgelegd dat door het feit dat ze niet kan horen hoe zij spreken, ze daarom anders klinkt. Ze probeert het, maar zij kan niet weten hoe het echt klinkt, want ze kan het niet horen. Ik heb het gevoel dat ze door mijn uitleg iets milder met haar omgaan.
Ook Bamensie zelf zoekt contact. Op straat hoorde ik opeens “Hi”. Ik schrok toen ik zag dat het Bamensie was die naar me wuifde. Ze komt af en toe naast me zitten en we communiceren op onze eigen manier met elkaar. Zij probeert klanken te zeggen en ik maak iets duidelijk met gebaren. Het feit dat ze verstandig is en niet naar school kan, gewoon omdat ze hardhorend/doof is, is schrijnend.
Weeral een krop in mijn keel.

Ik ben al gelukkig dat iedereen hier in de compound lijkt te begrijpen wat er aan de hand is nu en dat ze echt niet ‘zot’ is.

Independence day!

Independance Day, 18 februari 2017
Een nieuw begin voor The Gambia. Na 22 jaar onder het bewind te hebben gezeten van een zeer hebberige dictator, de heer Yahya Jammeh, is het eindelijk tijd voor verandering.
Het lijkt alsof het land hier 22 jaar lang heeft liggen slapen. Ondernemingen werden de kiem in gesmoord door het feit dat ze een deel van hun inkomsten gewoon moesten afgeven aan meneer de dictator. Gambianen zijn bereid om belastingen te betalen, maar om de rijkdom van één man te spijzen, daar hebben ze geen zin in, en ze hebben gelijk ook!

De hele dag wordt er naar de televisie gekeken. De ceremonie in het grootste stadion van Gambia wordt overal uitgezonden. Veel Afrikaanse staatshoofden zijn van de partij, alsook een paar afgevaardigden van China, enz…. Het is een parade van imposante wagens en heel veel veiligheidsmensen om alles in de gaten te houden.
Het stadion zit nokvol met mensen. Mijn gastheer wou mij een ticket bezorgen, maar eerlijk gezegd ben ik blij dat dit niet gelukt is. Ik had voorspeld dat er te veel mensen zouden zijn en er doden zouden vallen. Jammer genoeg komt mijn voorspelling uit en tegen de middag worden reeds 2 doden gemeld op de televisie.
Om twee uur verschijnt de nieuwe president Adamo Barrow op het toneel. De nieuwe president heeft twee vrouwen, elk van een verschillende stam. Zijn eerste vrouw is Fulla, de tweede vrouw is Mandinka. Alleen de eerste vrouw mag naast hem plaatsnemen, de tweede vrouw dient in de rij achter hem plaats te nemen. Waarom? Misschien dat sommige landen aanstoot zouden nemen voor het hebben van twee vrouwen? Ik weet het niet. Ook hier wordt er verbaasd op gereageerd. De familie vindt dat ze allebei naast hem zouden moeten zitten.
De Gambianen hebben grote verwachtingen, en ik kan dat begrijpen. Als je al meer dan 20 jaar hebt liggen slapen…. Het land heeft ontwikkeling nodig, maar ik denk persoonlijk dat het ook niet te snel mag gaan. Stap per stap.
Het goede nieuws is dat er reeds buitenlandse fondsen aangereikt worden om het land draaiende te houden en ook voor de jeugd wordt er hoop gecreërd. Hoop op jobs, hoop op een nieuwe toekomst in eigen land.
De president spreekt over een nieuwe toekomst wat betreft onderwijs, gezondheidszorg, enz… Ik hoop dat hij dit kan waarmaken. Hij lijkt mij een oprecht en integer man.
Er moeten veel oneffenheden worden opgeruimd in Gambia. Veel mensen zijn tijdens het regime van Yahya Jammeh aangehouden, opgesloten, gemarteld of gewoon verdwenen. Diegenen die hier voor verantwoordelijk zijn, lopen nog steeds rond. Men zal ervoor moeten zorgen dat er geen wraak genomen wordt en dat zo’n dingen beslecht worden in de rechtbank.

Ik hoop op een mooie toekomst voor dit land. Mijn advies voor de jeugd: Kijk vooruit, niet achteruit!

vrijdag 17 februari 2017

Enkele sfeerbeelden















Eerste week stage

Het leven gaat hier gewoon zijn gangetje

De jongens hebben al de hele week geen school, behalve Sulej, die gaat naar een andere school. Ook Majnima die les volgt op mijn stageschool heeft heel de week les.
Om half vijf vertrekt één van de zonen van Manlafi met zijn busje. Hij werkt als buschauffeur.
Na de oproep voor het eerste gebed, beter dan eender welke wekker, beginnen de vrouwen de binnenplaats te vegen. Er zijn hier geen vuilnisbakken, alles wordt op de grond gegooid. Als alles geveegd is maken ze het vuur aan voor het ontbijt en wassen ze de kledij aan de kraan buiten.
Stilletjesaan komen de jongens naar buiten en gaan rond het vuur zitten, het is fris ’s morgens.
De auto van Manlafi wordt door één van de jongens afgespoeld. Ik weet dat het zeven uur is, omdat Manlafi iedere morgen naar het BBC News kijkt. Tijd om te ontbijten en me klaar te maken voor school.
De vrouwen van Manlafi vertrekken naar hun tuin waar ze groenten kweken. Ze gaan er elke dag heen om de groenten water te geven en een deel te oogsten voor verkoop.
Manlafi brengt mij en Majnima naar school. Onderweg pikken we nog een paar kinderen op. Tegen de tijd dat we op school aankomen is de auto goed gevuld. 

 Ik groet een paar mensen op de speelplaats. Er zijn veel mensen om rekening mee te houden op school: de directeur, twee vice-directeurs, elke graad heeft een paar oversten die de boel in de gaten houden, meestal gepensioneerde leerkrachten, en dan nog de leerkrachten van de verschillende graden.
Ik focus me op de eerste graad. Eén van de leerkrachten is nog maar pas begonnen en is net als mij nog student en krijgt niet veel steun. Ik heb gevraagd of mijn hulp welkom is in zijn klas. Ik probeer hem zo goed als ik kan bij te staan.
Alles is hier anders. De leerlingen spreken thuis Mandinka. Wanneer ze starten met school, wordt beslist door de ouders. Sommigen starten het eerste leerjaar pas als ze 11 of 13 jaar oud zijn. De meesten zijn ietsje jonger, maar de eerste graad is hun eerste kennismaking met het Engels. Ze moeten dus op het  moment dat ze  leren lezen en schrijven ook een nieuwe taal leren. Sommigen gingen reeds naar de kleuterklas en hebben als een stapje voor op de rest.
Ik ervaar dezelfde moeilijkheden qua meertaligheid als in ons onderwijs.

Engels is hier de nationale taal en heel belangrijk. In het gebied waar ik verblijf spreken ze hoofzakelijk Mandinka, maar het land heeft vele regio’s. In een andere regio spreken ze Wollof, in nog een andere Fulla, enz…. Het is dus belangrijk in dit land om een gemeenschappelijke taal te hebben om elkaar te kunnen verstaan: het Engels.
Door de verkiezingen en de problemen achteraf hebben de scholen maanden stilgelegen. De kinderen komen ook niet regelmatig naar school. Er zijn geen vaste regels, geen afwezigheidsdocumenten die dienen afgegeven te worden. Door de onregelmatige aanwezigheid van de leerlingen is het heel moeilijk om een bepaald niveau te garanderen in de klas.
Ik moet het in mijn achterhoofd houden dat ik in The Gambia ben en niet in België. Als ik begin te vergelijken heb ik enkel frustratie in mijn hoofd.
Ik probeer Jusuffa, de student die lesgeeft in het eerste leerjaar nu te helpen met de kinderen. Na een week zie ik al vooruitgang in de klas, we zijn dan ook met twee!